Regels en richtlijnen

Aankomst en vertrek zeeschepen

Voor de vaarweg van zee naar Harlingen is in het BPR (art.9.02 en bijlage 13) bepaald dat de maximale lengte 140m bedraagt en de maximale diepgang 6,5m. Voor schepen die deze maten overschrijden kan Rijkswaterstaat ontheffing verlenen, hieraan kunnen voorschriften worden verbonden.

Voor de havens van Harlingen zijn geen maximale maten vastgelegd in wet- en regelgeving. De Havenverordening biedt de havenmeester (gemandateerd door B&W) de mogelijkheid om aanvullende beperkingen en maatregel op te leggen m.b.t. de toegestane afmetingen, loodsplicht en sleepbootassistentie.

Hoe werkt het?

Download hier de Richtlijn aankomst en vertrek zeeschepen:

Aanmeldprocedures Noordzeevisserij

De Havendienst Harlingen verzorgt de communicatie met de vloot en de toewijzing van ligplaatsen. Dit geldt ook aan de steigers van Visveiling Urk.

Havendienst Harlingen

Hoe werkt het?

Noordzeekotters die in Harlingen willen lossen, dienen een vooraanmelding te doen bij de Havendienst.

Voor wanneer moet u zich aanmelden

Vooraanmelding
ETA Aanmelden voor:
Vóór Vrijdag 12.00u Donderdag 15.00u
Vrijdag 12.00 – 18.00u Vrijdag 08.00u
Na Vrijdag 18.00u Vrijdag 12.00u

 

Wat willen we weten?

  • Hoe laat verwacht u binnen te lopen (ETA)?
  • Lost u rechtstreeks op de vrachtauto of via de Visveiling (heftruck)?
  • Hebt u specifieke wensen m.b.t. kadegebruik voor reparatie / onderhoud?
  • Zijn er andere zaken waarbij we rekening moeten houden bij de ligplaatsplanning? Na bovenvermelde aanmeldtijden wordt de ligplaatsplanning opgemaakt of bijgewerkt.

 

U ontvangt van ons zo spoedig mogelijk bericht retour met de toegewezen ligplaats. Wijzigingen dient u zo spoedig mogelijk door te geven!

Meldplicht bij binnenkomst en vertrek

U dient zich op VHF11 te melden bij de Havendienst:

  • Voor u de haven binnen loopt;
  • Voordat u los maakt om uw schip te verhalen / draaien;
  • Voordat u vertrekt van de ligplaats.

Havenafvalplan

In 1986 is in Nederland de Wet voorkoming verontreiniging door schepen (Wvvs) van kracht geworden. Hierin is voor schepen een verbod op afvallozing opgenomen evenals een verplichting voor havenbeheerders om scheepsafval in te nemen.

De haven van Harlingen wil graag een duurzame haven zijn. De Havendienst Harlingen heeft als beheerder van de haven een plan opgesteld waarin staat hoe het afval van schepen wordt ingezameld en verwerkt.

Het Havenafvalplan is opgesteld in nauwe samenwerking tussen de drie Noordelijke zeehavens: Groningen Seaports, Harlingen en Den Helder. Bij het overleg zijn ook de havengebruikers en de regionale overheden betrokken geweest. Het is daardoor voor schepen die regelmatig één of meerdere van de Noordelijke zeehavens aanlopen duidelijk op welke wijze zij hun afvalstromen kunnen melden.

Te downloaden:

Haven(geld) verordeningen

Voor alle burgers, bedrijven en ondernemers gelden regels. Deze regels, die meestal door de gemeenteraad worden vastgesteld, worden ook wel verordeningen genoemd. Alle verordeningen van onze gemeente zijn gepubliceerd op www.overheid.nl.

Havenverordeningen

Voor alle havengerelateerde zaken zijn specifieke verordeningen vastgesteld.

Zoeken naar verordeningen

U kunt op de website van de overheid zoeken naar verordeningen. U kunt de letters van uw postcode geven en/of zoeken op een woord of zindsdeel dat in de titel of de tekst van de verordening voorkomt.

Wanneer u enkel de letters van de postcode invoert en vervolgens op zoeken klikt, krijgt u alle geldige verordeningen getoond.

Markeren van onverlichte obstakels

De openbare kades in het Harlinger havengebied zijn veelal vrij toegankelijk en aangemerkt als openbare weg. Regelmatig worden delen van deze kades gebruikt voor tijdelijke opslag of stalling van containers, materialen, voertuigen en lading. Dit leidt regelmatig tot gevaarlijke situaties en schade aan passerende voertuigen.

Om dit te voorkomen is door het CROW een richtlijn opgesteld genaamd: “Richtlijn voor het markeren van onverlichte obstakels – CROW 130”.

Hoe werkt het?

Alle objecten/goederen die, met name tijdens de donkere uren, op de kades worden opgeslagen moeten goed zichtbaar zijn voor het wegverkeer. De beste manier is uiteraard middels goede verlichting, maar dat is niet overal praktisch uitvoerbaar of heeft niet altijd voldoende effect.

In die gevallen dienen deze zaken te worden gemarkeerd conform CROW richtlijn 130. Deze markering kan vast op het object zijn aangebracht of met losse markeringshekken / -bakens rond het object worden uitgevoerd.

De volledige richtlijn is te bestellen op de website www.crow.nl.

Vaarwegmarkering, speciale objecten en schepen

Tijdelijke afmeer- en beschermingspalen in de haven moeten volgens bepaalde richtlijnen van verlichting worden voorzien. Ook de verlichting van gemeerde schepen moeten aan richtlijnen voldoen.

Hoe werkt het?

1. Verlichting tijdelijke afmeer- en beschermingspalen
Regelmatig worden in de Harlinger haven tijdelijk palen geplaatst (hout of stalen buispaal) om kwetsbare schepen te beschermen of betere afmeermogelijkheden te realiseren. Deze palen, voor zover ze geplaatst zijn in het vaarwater, worden volgens de IALA-richtlijnen gezien als speciale markering. Dergelijke markering dient volgens de IALA-richtlijnen te worden uitgevoerd:

  • Kopmarkering (dagmerk): Cilindrisch geel, evt. voorzien van een geel liggend kruis.
  • Verlichting: Rondom schijnend geel. Het karakter dient niet verwarrend te zijn met bestaande witte verlichting (bijv. kardinale markering).

Tijdelijke voorzieningen

  • Palen die niet langer dan 1 jaar blijven staan worden gezien als “tijdelijk”. Deze worden derhalve niet opgenomen in de Hydrografische Kaarten.
  • De bovenste 100cm van de paal dient geel te zijn. De kleur geel dient in overeenstemming te zijn met de gebruikelijke vaarwegmarkering op de Waddenzee.
  • Palen dienen te worden voorzien van een rondom schijnend geel licht. Minimale zichtbaarheid bij goed zicht (>10 Zeemijl) dient 3 Zeemijl te zijn, berekend volgens de IALA-richtlijnen E-200. Het karakter dient vast (Fixed = F) te zijn. De eigenaar/beheerder van de paal dient op verzoek van Nautisch Beheer de specificaties, waaruit blijkt dat de verlichting aan deze eisen voldoet, te overleggen.
  • Na plaatsing dient de opdrachtgever de exacte positie van de palen in WGS-84 coördinaten (met 3 decimalen) door te geven aan Nautisch Beheer.

Vaste voorzieningen

  • Palen die langer als 1 jaar blijven staan, worden als vaste voorziening aangemerkt en opgenomen in de Hydrografische Kaarten. De opdrachtgever dient hiertoe de exacte positie van de palen in WGS-84 coördinaten (met 3 decimalen) door te geven aan Nautisch Beheer
  • Palen die dienen ter markering van het vaarwater worden als laterale markering uitgevoerd, met de daarbij behorende kleuren en verlichting.
  • Palen welke een onderdeel uitmaken van een vaste afmeerinrichting of zijn geplaatst ter bescherming van kunstwerken dienen, voor zover gelegen in of nabij het vaarwater, te worden voorzien van strijkverlichting. Deze verlichting mag niet verblindend of verwarrend  zijn voor de scheepvaart of het wegverkeer.
  • Bij vaste palen dient de bovenste 100cm wit van kleur te zijn.

2. Verlichting van gemeerde schepen in of aan het vaarwater
De verlichting van gemeerde schepen is geregeld in het BPR artikel 3.20. Over het algemeen kan worden gesteld dat gemeerde schepen voorzien moeten zijn van één of meer rondom schijnend witte lichten.

Hierop biedt het artikel echter een aantal uitzonderingssituaties (lid 5), waaronder:

  • Ligplaatsen met voldoende openbare verlichting, waarbij het schip voldoende zichtbaar is;
  • Schepen liggend op een veilige plek;
  • Op ligplaatsen of in vaarwater die door de Bevoegde Authoriteit als zodanig zijn aangemerkt.

Over het algemeen zijn de ligplaatsen aan de kades en steigers in de havens voldoende verlicht en afgeschermd voor de doorgaande scheepvaart, zodat verlichting achterwege kan blijven. Er zijn echter een tweetal plekken in de haven, te weten de Blauwe Kop (KNRM-station) en de Wachtsteiger Industriehaven, die direct aan een drukbevaren doorgaande vaarweg liggen én ook nog eens niet of onvoldoende verlicht zijn. Uit oogpunt van de veilige vaart in de haven is het dan ook wenselijk op deze plaatsen géén ontheffing van het voeren van de voorgeschreven verlichting te verlenen.

Richtlijn

  • Op basis van BPR-artikel 3.20 lid 5 aanwijzen van ligplaatsen waar schepen geen verlichting hoeven te voeren als vermeld in art. 3.20 lid 1 t/m 5.
  • Hiertoe alle daartoe ingerichte ligplaatsen in de haven aan te wijzen, echter met uitzondering van de Blauwe Kop (kades in gebruik bij KNRM) en de Wachtsteiger Industriehaven.

Meer informatie

Neem voor meer informatie contact op met de Havendienst van Harlingen: